“Ik heb het gevoel dat de hemel van koper is.” Dit is een figuurlijke uitspraak dat je het gevoel hebt dat je er alleen voor staat. Je kan je er vast wel iets bij voorstellen. Het gevoel dat God niet antwoord, alsof God het niets kan schelen wat jou nu bezig houdt. Met name in een situatie dat iemand in jouw omgeving ernstig ziek wordt kan de waaromvraag uitgeschreeuwd worden naar God. Waarom moet dit gebeuren? U bent toch een God die alle ziekten kan genezen?

Ik heb geleerd dat Gods plannen altijd beter zijn. Dat wij God nooit kunnen doorgronden. Dat de wereld gebroken is en wij een perspectief op de eeuwigheid moeten hebben. Het is zeker allemaal waar maar rondom dit thema heeft een verhaal mij ontzettend geraakt en deze wil ik graag met jullie delen.

De moeder van Digory is ernstig ziek geworden en ze zal niet meer genezen kunnen worden. Als Digory in de wonderenwereld van Narnia voor het eerst de grote leeuw Aslan ontmoet raapt hij al zijn moed bij elkaar en vraagt: “Alstublieft, meneer Leeuw, Aslan zou u… mag ik… wilt u alstublieft een wondervrucht uit dit land geven om mijn moeder weer beter te maken”? Het is een hartverscheurende vraag, een wanhopige gebed. En toch lijkt Aslan het op dat moment volledig te negeren. Digory had met heel zijn hart gehoopt dat Aslan JA zou zeggen en tegelijk was hij ook doodsbang dat hij NEE zou horen. Maar nu was hij echt van slag dat Aslan niets zei…

Herken je dat? Dat God ons meest wanhopige en diepste gebeden beantwoord met stilte. Geen JA door een wonder en geen NEE door een duidelijk teken. Dat hij ons tenminste laat weten dat Hij ons gehoord heeft. Onze reactie is dan al snel dat we concluderen dat het God niets kan schelen. Maar…

Na een tijdje durft Digory Aslan weer om hulp te vragen. Hij moest weer aan zijn moeder denken, hoe hij op een wonder had gehoopt en hoe die hoop nu aan het verdwijnen was. Hij kreeg een brok in zijn keel en met tranen in zijn ogen flapte hij eruit: “Maar alstublieft, kunt u niet iets geven waardoor mijn moeder weer beter wordt?” Tot dat moment had hij alleen maar naar de grote voorpoten van de leeuw staan kijken. Naar de enorme klauwen die daaraan zaten. Maar nu, hij keek in zijn grote wanhoop omhoog naar het gezicht van de leeuw. En wat hij daar zag was het allerlaatste wat hij verwacht had. Want het goudgele gezicht was vlakbij het zijne. Voorovergebogen, en ow, opperste verwondering, in de ogen van de leeuw schitterden reusachtige tranen. Vergeleken met die van Digory waren het zulke grote glinsterende tranen dat hij het gevoel kreeg dat de leeuw het nog erger vond voor zijn moeder dan hijzelf. Het gebed bleef onbeantwoord, maar Digory wist nu dat degene op wie hij al zijn hoop had gevestigd, echt om hem gaf.

Write a comment:

*

Your email address will not be published.

© 2018 SiK | Studenten in Kringen.
Top
Follow us: