“Hee, goed dat U er al bent, dan kunnen we gelijk beginnen.” Met een dikke stapel papieren storm ik het kantoor binnen waar Hij rustig achter zijn bureau zit. Hij opent zijn mond om iets te zeggen, maar ik laat hem geen kans en stal de verschillende projecten voor hem uit. “Ik heb drie projecten voor Sik en daarnaast wil ik het nog even over het grote plan hebben, ik heb wat ideeën waarvan ik denk dat het wel gaat werken. Komt het nu uit?” Hij knikt, “Koffie dan maar?” Geïrriteerd kijk ik hem aan, “nee natuurlijk niet, dat weet u toch? Doe maar thee.” Volgens mij neemt Hij me in de maling, geamuseerd schuift Hij Zijn stoel naar achter om de waterkoker aan te zetten. “Dat heb je me nooit verteld,” verduidelijkt Hij en glimlacht. “Nee” snuif ik, “dat hoeft toch ook niet? Daar weet U toch alles voor?”

Ik neem de eerste drie projecten voor me waar met rode letters Sik boven staat, “We hebben een evenement, ik moet een stuk inleveren voor de inspiratiepagina en eind van de week moet ik een preek hebben liggen.” “Hoe was je weekend?” Onder tafel bal ik mijn vuisten, “kunt U er even bij blijven?” “Nou?” Hij kijkt vragend, enthousiast, alsof Hij niet kan wachten om mijn antwoord te horen. “Ja prima hoor,” probeer ik Hem af te wimpelen, “we moeten trouwens niet vergeten…” “Maar hoe vond je mijn cadeau?” dringt Hij er op aan. Zuchtend plant ik mijn ellenbogen op het bureau, “ja, het was mooi, dank U wel… Kunnen we dan nu verder?” Ik negeer Zijn ogen die vragen om een uitgebreid verhaal over mijn weekend. “Wat betreft het grote plan: ik ben goed onderweg met mijn studie, maar het is wel wat pittig. Als we op dat niveau van compassie binnen Christelijk Nederland willen komen, waar we het de vorige keer over hadden, dan is het wel fijn als U wat gunst van de Geest wil geven voor de presentatie van woensdag. Ook denk ik dat ik een opening heb gevonden om de veelkleurigheid van Uw Koninkrijk in de kerk te brengen, dus dat zit wel goed, als U nog even…” In mijn verhandeling over al het te verzetten werk is me ontgaan dat Zijn gezicht verstrakte.

Net als ik op wil staan pakt Hij mijn hand over tafel. “Zullen we eens wat drinken samen?” Ik werp snel een blik in mijn agenda, “Pfoe, nou ik weet niet of ik nog ruimte en tijd heb voor een extra evangelisatieproject in de kroeg, is ook niet helemaal mijn ding weet U.” “Dat was ook niet wat ik bedoelde” glimlacht Hij, “ik bedoelde thuis, mag ik bij je thuis komen voor een biertje?” “Nouh…” ik sputter wat over het huis wat niet opgeruimd is, dat ik niets koud heb liggen, dat ik toch ook wel een beetje moe ben van de hele week. Langzaam loop ik achteruit naar de deur. “We kijken later wel even, maar thanks voor de hulp, ik kan weer verder.” Ik wuif en trek snel de deur achter me dicht.

“Maar God, de Heer, riep de mens: “Waar ben je?” – Gen 3:9

© 2018 SiK | Studenten in Kringen.
Top
Follow us: