Ze hadden hem gevraagd om te beameren… en hij had nog ja gezegd ook. Wat een eikel is hij ook eigenlijk. Nu zit hij op eerste kerstdag tussen de gillende kinderen die verkleed als schaapjes en engeltjes door de kerk heen rennen. Als ze hem nodig hebben weten ze hem wel te vinden… “Dan doe jij ook eens wat,” had zijn oude zondagschooljuffrouw gelachen. Het was vooral jammer dat haar ogen niet meelachten. Achter hem hoort Jonas gegiechel, hij hoeft niet om te kijken, hij weet precies wie het zijn en hij weet ook waar ze het over hebben. Zijn neus staat een beetje scheef en zijn ogen hebben allebei een verschillende kleur, samen met het litteken over zijn kin geeft dat reden genoeg om te lachen. Je bent als gebroken glas, verzuchte zijn moeder ooit… pff, rotwijven… Hij verstopt zich in zijn capuchon. Een gast van het geluid duwt hem opzij, hij moet er even bij met een kabel.

Hij twijfelt, voor het verhaal hoeft hij vandaag niet in de kerk te zijn, Jezus werd geboren, toen kwamen er wat herders, wijzen… bla bla bla en dan uiteindelijk zal hij grootse wonderen verrichten. Hij kijkt om zich heen, er is niemand die op hem let en de beamer bedienen kan vast iemand anders ook wel… en net als hij besluit om richting de uitgang te bewegen, valt zijn oog op het mandarijnenkistje met de iets te grote babyborn erin. Te midden van het gewoel wordt het bijna omver gelopen. Er is weinig eerbied voor Jezus in zijn voederbak, maar hij is dan ook niet echt… als Jezus daar wel opeens zou liggen, dan zou het wel anders zijn, alhoewel… Een vader met zijn hoofd in zijn mobiele telefoon struikelt over het kistje, hij kan net zijn evenwicht bewaren.

Het is ook maar heel klein eigenlijk, je zou er zo aan voorbij lopen… of blijkbaar overheen lopen. En in een opwelling loopt hij naar het kistje toe. Om hem heen worden er gehaast nog wat glittersterren opgehangen, de gitarist en fluitist maken ruzie over de bladmuziek en de zondagsschooljuffrouw probeert drie kleuters tegelijk in een herderskostuumpje te hijsen. Hij pakt het kleine houten kistje op. De jongens van het geluid schreeuwen over alle mensen heen en de koster rent heen en weer met kannen koffie. Met het kistje onder zijn arm loopt Jonas naar de uitgang. Een moeder probeert verhit alle liturgies in elkaar te vouwen waardoor ook zij niet zal zien hoe Jonas naar buiten loopt.

Een paar straten verderop loopt hij over het marktplein, ergens had Jonas verwacht te kunnen verdwijnen in een shoppende menigte, maar het is stil. In een etalage ruit staart een jongen met een gebroken gezicht terug, hij loopt met Jezus onder zijn arm. Jonas moet een beetje lachen als hij zichzelf erin herkent, maar schrikt van zijn eigen grijns. Baby Jezus ligt er wel wat naakt bij in de miezerregen en hij zakt neer op een bankje om de pop in zijn sjaal te wikkelen, misschien moest hij maar terug gaan. Het is wel een beetje flauw om Jezus uit het kerstverhaal van de kinderen te stelen.

“Wat zit jij nou te sikkeneuren in de regen?” Hij schrikt van de vrouw die opeens over de pop heen buigt, ze draagt een te grote bontjas en een fel roze tutu. “Nou zeg, tis ook wat.” “Hij is niet van mij hoor” probeert Jonas zich er snel uit te redden. “Nee dat zie ik ook wel” lacht de vrouw, “hij is immers van ons allemaal!” Verbaasd kijkt Jonas de vrouw aan. “Het is baby Jezus toch?” “Ja, nouh… een soort van wel” stottert hij. “En jij bent?” “Jonas, mevrouw.” “Aangenaam, ik ben Sandra, Sandra van het vuilniswagentje zeggen ze ook wel. Maar vandaag heb ik vrij, met kerst zet niemand zijn rotzooi aan de kant van de weg. Dat pleit dan weer voor jou…” ze lacht en gaat naast Jonas zitten “en voor jou” ze buigt zich weer over de plastic pop, “wat een scheetje eigenlijk he… zo klein nog.” “Maar hij gaat grootse dingen doen,” Jonas probeert snel de regels voor evangelisatiewerk op te diepen. “Weet ik toch,” de vrouw glimlacht, “al was dit misschien wel het grootste.” “Wat bedoelt u?” Jonas fronst… “nouh….” De vuilnisvrouw wappert met haar hand richting de pop terwijl ze tegelijk een sigaret uit haar jas opdiept, “naar deze wereld komen als een baby.” “Ghu, de mensen van mijn kerk kunnen hem anders best missen,” schampert Jonas, waarna hij mompelt: “ik heb hem net uit het kerststuk gestolen.” De vuilnisvrouw proest het uit “jij bent ook een mooie” hijgt ze als ze van haar lachbui bekomen is. “Ze hebben geen oog voor Jezus” mompelt Jonas. “Ja en blijkbaar ook maar weinig voor jou als je hem zomaar mee kan nemen… wat gek genoeg op hetzelfde neerkomt.” Het is even stil tussen beide. “Er was zelfs een man die bijna viel over Jezus,” grijnst Jonas. “Ja dat is ook niets nieuws,” de vrouw schudt haar hoofd. “De mensen hebben grote wonderen nodig, een The Passion, iemand die op staat uit de dood. Maar dit is waar het verhaal begint.” Ze wijst op de in de sjaal gewikkelde babyborn. “Zonder dit kleine wonder kan de rest van het verhaal niet eens plaats vinden. Dat is een beetje wat ze bedoelen met kerst, dat iets kleins en onooglijks toch zoveel impact kan hebben. Denk maar in… dat jij Jezus nu uit het kerstverhaal hebt gestolen, betekent maar zo dat de rest van het feest niet door kan gaan.” Jonas kijkt verschrikt op, “hoe laat is het?” “Ergens om en nabij vijf” de vuilnisvrouw tikt op haar horloge “maar wie zou het zeggen, hij lag niet voor niets tussen het grofvuil.” Jonas springt op, “dan moet ik gaan…” hij neemt Jezus onder zijn arm en sprint weg. 20 meter verderop blijft hij abrupt staan en draait zich om. “Wilt u mee?” schreeuwt hij. “Nee joh” wuift ze “ga maar gauw, ik maak even mijn peukie op.” En Jonas zet het op het lopen…

In de kerk lopen de mensen nog steeds door elkaar, de eerste opa’s en oma’s druppelen al binnen en worden door kleine schaapjes en engeltjes om de hals gevlogen. Voorzichtig zet Jonas het kribje terug. Hij kijkt om zich heen, niemand heeft Jezus nog gemist. “Waarom zit jij nog niet op je plek” het verhitte hoofd van de zondagschooljuffrouw duikt naast hem op. “Ja, ja…” mompelt Jonas terwijl hij achter de laptop kruipt. En wanneer de kinderen een eerste versje inzetten denkt hij na over de vuilnisvrouw en over de impact van de kleine Jezus in het kribje voorin de kerk…

Drie dagen na kerst valt er een kaart op de mat van de koster: “ik wens u rust.” Als ook op de mat van de vader: “ik wens u vrije tijd.” Op de mat van de moeder: “ik wens dat uw thuis een thuis zal zijn.” Op de mat van de vriendinnen uit de kerk: “ik wens je vrede toe om wie je bent.” Op de mat van de zondagschooljuffrouw: “ik wens u iemand die van u houdt.” Op de mat van de jongen van het geluid: “ik wens je een vriend dicht bij jou.” De mat van de gitarist: “ik wens dat je rustig slapen kunt” en de mat van de fluitist: “ik wens je genoeg om door te gaan.”
Groetjes Jonas

Het laatste onderdeel is geïnspireerd op “Ik wens jou” van Trinity

© 2018 SiK | Studenten in Kringen.
Top
Follow us: